Hieronder vindt u (technische) begrippen met een korte uitleg en eventueel verwijzing naar meer informatie.
Een client of webclient is software dat connectie maakt met een server via een netwerk, bijvoorbeeld het internet. Als u een website oproept is bijvoorbeeld uw browser de client in het client-server model.
Afkorting voor Domain Name System. Simpel gesteld is dit het systeem verantwoordelijk voor de vertaling van URL's naar IP-adressen. Ter vergelijking; het DNS is het 'telefoonboek' voor het internet.
Het doorsturen van e-mail naar een ander adres.
File Transfer Protocol, een protocol ontwikkeld voor de bestandsoverdracht tussen een ftp-client (software op de pc van een eindgebruiker) en een webserver. Over het algemeen gebruikt om bestanden voor een website te uploaden (.html bestanden, plaatjes etc.).
HyperText Transfer Protocol, het protocol verantwoordelijk voor de communicatie tussen client en server.
Internet Protocol (IP) adres, een numeriek en uniek id (identifier) voor een aan het internet gekoppeld systeem, als een server of een PC. Een IP-adres wordt gebruikt om een aan het internet gekoppeld systeem te identificeren en te lokaliseren.
Een sriptingtaal die gebruikt wordt voor dynamische webpagina's (zie ook Wikipeda en de officiƫle website).
Conventie of standaard die definieert op welke wijze twee computersystemen kunnen communiceren. Voorbeelden van een protocol zijn FTP en HTTP.
De term server kan twee betekenissen hebben;
Uniform Resource Locator, het adres van uw website. Zo is de URL van deze begrippenlijst http://www.yournamewebhosting.com/helpdesk/begrippenlijst.
Het doorsturen van een domeinnaam naar een URL.